Bedieningsinstructies |
• Absoluut onderhoudsvrije VRLA accu’s (AGM + GEL) hoeven niet te worden bijgevuld met water.
• Deze accu’s mogen niet worden geopend. Het openen kan de werking van de accu nadelig beïnvloeden.
• Neem altijd alle waarschuwingen en veiligheidsinstructies in acht.
• De temperatuur van de accu en het accuzuur moet idealiter hoger zijn dan 10 °C.
• De accu mag alleen in de door de fabrikant gespecificeerde positie in het voertuig worden geplaatst.
• Zorg voor voldoende ventilatie van de accu en volg de instructies van de voertuigfabrikant op.
Accu's kunnen tijdens opslag lading verliezen. Daarom raden we aan om elke batterij volledig op te laden voor installatie om optimale prestaties te garanderen.
Als u twijfelt over het verwijderen of installeren van de batterij, neem dan contact op met een gekwalificeerde werkplaats.
Verwijderen:
• Schakel de motor en alle elektrische verbruikers uit.
• Leg het verwijderingsgebied van de batterij bloot.
• Maak eerst de minpool (-) los en vervolgens de pluspool (+).
Installatie:
• Leg het installatiegebied van de accu bloot.
• Voorkom kortsluiting (bijv. met gereedschap).
• Sluit eerst de pluspool (+) aan en vervolgens de minpool (-).
• Zorg ervoor dat de klemmen stevig vastzitten.
• Breng alle bestaande onderdelen (zoals aansluitdoppen, beugels, slangaansluitingen of aansluithouders) van de oude accu over naar de nieuwe.
• Bewaar batterijen altijd koel, droog en rechtop.
• Bescherm tegen direct zonlicht.
• Beveilig de positieve pool tegen kortsluiting (bijv. met een poolkapje of isolatietape).
• Bewaar gevulde accu’s altijd rechtop en beveilig ze tegen omvallen om zuurlekkage te voorkomen.
• Bij transport: Transporteer accu’s alleen rechtop en beveilig ze tegen omvallen.
• Controleer regelmatig de lading en laad indien nodig bij (zie hoofdstuk 6 “De accu extern opladen”).
• Houd batterijoppervlakken schoon en droog. Alleen schoonmaken met een vochtige of antistatische doek.
• Bescherm polen en polen tegen corrosie en behandel ze met zuurvrij vet.
• Als het startvermogen onvoldoende is, controleer dan de accu en laad deze zo nodig bij.
• Controleer bij seizoensgebonden buitenbedrijfstelling (bijvoorbeeld tijdens de winterstop) de spanning om de 4 - 8 weken.
• Als de spanning onder 12,3 V daalt, moet de accu worden opgeladen.
• Permanent onderhoud of overladen wordt niet aanbevolen en kan de accu beschadigen.
• Onderhoudsvrije accu’s hoeven onder normale gebruiksomstandigheden niet te worden bijgevuld.
• Onder speciale omstandigheden (bijv. hoge temperaturen, vaak druppelladen of intensief laden/ontladen) moet het elektrolytniveau om de 4 weken worden gecontroleerd.
• Gebruik alleen geschikte gelijkstroomopladers en neem de gebruiksaanwijzing van de oplader in acht.
• Laad geen bevroren accu’s of accu’s met een temperatuur boven 45 °C op.
• Sluit de pluspool (+) van de accu aan op de pluspool van de acculader en de minpool (-) van de accu op de minpool van de acculader.
• Schakel de oplader pas in nadat je de batterij hebt aangesloten.
• Als het opladen is voltooid, schakelt u eerst de oplader uit en koppelt u vervolgens de aansluitingen los.
• Onderbreek het opladen onmiddellijk als de accu heet wordt of zuur lekt.
|
Aanwijzingen
|
|
|
Veiligheidsbril
|
|
|
Kinderen
|
|
|
Vuur, vlammen en roken verboden |
|
|
Explosiegevaar |
|
|
Gevaar voor verbrandingen |
|
|
Oude batterij inleveren |
|
|
EHBO |
|
|
Waarschuwing |