Bedieningsinstructies |
Algemene informatie:
• Deze lithiumbatterij is al in de fabriek geactiveerd en klaar voor onmiddellijk gebruik (als de spanning voldoende is - we raden aan de batterij altijd op te laden voor installatie - zie punt 2).
Neem altijd de waarschuwingen en veiligheidsinstructies in acht
Accu’s kunnen tijdens opslag lading verliezen. Daarom raden we aan om elke batterij volledig op te laden voor installatie om optimale prestaties te garanderen.
• Het startvermogen bij temperaturen onder 0°C is beperkt.
• De maximale bedrijfstemperatuur van de accu is 60°C. Laat de accu nooit oververhitten door invloeden van buitenaf.
• Controleer voor gebruik de accuspanning. Als de accuspanning lager is dan 12,8 V, moet de accu worden opgeladen (zie punt 7).
• Installeer deze accu alleen in het voertuig op de door de fabrikant aangegeven plaats. Zorg altijd voor voldoende ventilatie van de accu. Volg de instructies van de voertuigfabrikant.
• Voeg deze instructies toe aan de gebruiksaanwijzing van het voertuig.
3.1 Aanpassing tijdens installatie:
Sommige lithiumbatterijen zijn kleiner dan de originele batterij. Deze lithiumbatterijen worden geleverd met schuimelementen die op de zijkanten van de batterij kunnen worden geplakt om deze even groot te maken als de originele batterij.
Als u niet zeker weet hoe u de batterij moet verwijderen of installeren, neem dan contact op met een gekwalificeerde werkplaats.
Verwijderen:
• Schakel de motor en alle elektrische verbruikers uit.
• Leg het verwijderingsgedeelte van de accu bloot.
• Maak eerst de minpool (-) los en daarna de pluspool (+).
Installatie:
• Leg het installatiegebied van de batterij bloot.
• Voorkom kortsluiting (bijv. met gereedschap).
• Sluit eerst de pluspool (+) aan en vervolgens de minpool (-).
• Zorg ervoor dat de klemmen stevig vastzitten.
• Breng alle bestaande onderdelen (zoals aansluitdoppen, beugels, slangaansluitingen of aansluithouders) van de oude accu over naar de nieuwe.
• Bewaar batterijen alleen op koele, droge plaatsen.
• Bescherm accu’s tegen direct zonlicht.
• Bewaar de accu voor een optimale levensduur met een laadniveau van 50 tot 70% (zie Tabel 1).
• Bescherm de positieve pool tegen kortsluiting (plaats de poolkap of isoleer met plakband).
• Controleer de acculading regelmatig. Laad indien nodig bij (zie punt 7).
• Houd de batterij schoon en droog.
• Reinig de polen en het oppervlak van de batterij alleen met een vochtige antistatische doek. Anders bestaat er explosiegevaar.
• Draai de klemmen goed vast.
• Lithiumbatterijen zijn onderhoudsvrij. Open de batterij daarom nooit.
• Als de batterij gedurende langere tijd niet wordt gebruikt (bijvoorbeeld in de winter), is het van essentieel belang om de lading te behouden met een ladingbehoudapparaat. Verwijder de batterij voorzichtig voordat u deze oplaadt.
Belangrijk:
Als u niet zeker weet hoe u de batterij correct moet opladen, neem dan contact op met een gekwalificeerde werkplaats.
7.1 Lader
Gebruik voor het opladen van de intAct lithiumaccu bij voorkeur een oplader met een programma voor lithiumaccu’s voor motorfietsen. Deze moet echter aan de volgende eisen voldoen:
• De laadspanning mag niet hoger zijn dan 15,0 V.
• Gebruik geen laders met een automatische desulfatiefunctie.
• Laad de accu op met een stroomsterkte die gelijk is aan of lager is dan de maximale laadstroom (aangegeven op het label van de accu).
7.2 De lithiumbatterij opladen
• Verwijder de accu uit het voertuig (zie punt 4).
• Gebruik alleen een geschikte lader (zie paragraaf 7.1).
• Schakel de lader pas in nadat de accu is aangesloten. Zodra de accu volledig is opgeladen, schakelt u eerst de acculader uit. Koppel de acculader pas daarna los van de accu.
• Zorg voor goede ventilatie als u binnenshuis oplaadt.
• Annuleer het laadproces als de batterij warm wordt.
| Tabel 1: | |
| Spanning (V) | Capaciteit |
| 13.340 | 100% |
| 13.300 | 90% |
| 13.270 | 80% |
| 13.160 | 70% |
| 13.130 | 60% |
| 13.116 | 50% |
| 13.104 | 40% |
| 12.996 | 30% |
| 12.866 |
20% |
| 12.730 | 10% |
| 9.200 | 0% |
|
Instructies
|
|
|
Veiligheidsbril
|
|
|
Kinderen
|
|
|
Vuur, vlammen en roken zijn verboden |
|
|
Explosiegevaar |
|
|
Risico op chemische brandwonden |
|
|
Omgaan met gebruikte batterijen |
|
| Eerste hulp bij lithiumbatterijen Algemene informatie: Lithiumbatterijen bevatten organische elektrolyten en lithiumzouten, die irriterend, corrosief en ontvlambaar kunnen zijn als ze lekken, beschadigd zijn of in brand vliegen. • Als dampen worden ingeademd: Breng de getroffen persoon in de frisse lucht. Bij ademhalingsmoeilijkheden, hoesten of onwel voelen, een arts raadplegen. Bij bewusteloosheid: in herstelpositie leggen, arts raadplegen. • Bij contact met de ogen: contactlenzen verwijderen, ogen onmiddellijk spoelen met veel water of zoutoplossing gedurende ten minste 15 minuten. Daarna onmiddellijk een arts raadplegen. • Bij contact met huid of haar: Verwijder verontreinigde kleding, spoel de getroffen gebieden met veel water en milde zeep. Geen neutraliserende middelen gebruiken. • Bij contact met kleding: Spoelen met veel water of kleding veilig afvoeren. • Bij inslikken: Mond spoelen, niet laten braken, wat water drinken, onmiddellijk contact opnemen met arts of gifcentrum. |
|
|
Waarschuwing |